uitoefening
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het uitoefenen (in de praktijk brengen van iets)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitoefeningen | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van uitoefenen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van uitoefening
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitoefeningen | meervoud | uitoefening |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitoefening zijn vastgelegd.