uitlokking
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een poging om iemand iets te laten zeggen of doen dat eigenlijk verboden is of iemand eigenlijk niet zou willen zeggen of doen
- het op een misdadige manier iemand aanzetten tot het plegen van een misdaad
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitlokkingen | meervoud |
| uitlokkinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitlokkinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van uitlokken met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van uitlokking
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitlokkingen | meervoud | uitlokking |
| uitlokkinkje | verkleinwoord | uitlokking |
| uitlokkinkjes | verkleinwoord meervoud | uitlokking |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitlokking zijn vastgelegd.