uitkoop
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- vrijkoop
- afkoopsom
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitkopen
Vervoeging van uitkoop
uitkoophele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit en koop