uitgeteerd
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- door ziekte of gebrek heel erg vermagerd en verzwakt
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitgeteerde | verbogen, stellende trap |
| uitgeteerder | onverbogen, vergrotende trap |
| uitgeteerdere | verbogen, vergrotende trap |
| uitgeteerders | partitief, vergrotende trap |
| uitgeteerds | partitief, stellende trap |
| uitgeteerdst | onverbogen, overtreffende trap |
| uitgeteerdste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van uitteren
Vervoeging van uitgeteerd
uitgeteerdhele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van uitteren: voltooid deelwoord (van het scheidbare werkwoord), op te vatten als samenstelling van uit bw en geteerd ww
Woordfamilie van uitgeteerd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitgeteerder | vergrotende trap | uitgeteerd |
| uitgeteerdere | verbogen vergrotende trap | uitgeteerd |
| uitgeteerders | partitieve vergrotende trap | uitgeteerd |
| uitgeteerds | partitive, positive | uitgeteerd |
| uitgeteerdst | uninflected, superlative | uitgeteerd |
| uitgeteerdste | inflected, superlative | uitgeteerd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitgeteerd zijn vastgelegd.