uitdrager
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die handelt in tweedehands spullen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitdragers | meervoud |
| uitdragertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitdragertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘handelaar in gebruikt huisraad, kleren e.d.’ voor het eerst aangetroffen in 1458
Woordfamilie van uitdrager
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitdragers | meervoud | uitdrager |
| uitdragertje | verkleinwoord | uitdrager |
| uitdragertjes | verkleinwoord meervoud | uitdrager |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitdrager zijn vastgelegd.