uitdragen
werkwoordBetekenis
- in het openbaar iets vertellen
- in het openbaar iets propageren
- bedelen, uitdelen, verdelen
Vervoeging van uitdragen
uitdragenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit en dragen
Woordfamilie van uitdragen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| draag uit | woordvorm | uitdragen |
| draagt uit | woordvorm | uitdragen |
| drage uit | woordvorm | uitdragen |
| dragen uit | woordvorm | uitdragen |
| droeg uit | woordvorm | uitdragen |
| droegen uit | woordvorm | uitdragen |
| uitdraag | with-subordinate-clause | uitdragen |
| uitdraagt | with-subordinate-clause | uitdragen |
| uitdrage | with-subordinate-clause | uitdragen |
| uitdragend | woordvorm | uitdragen |
| uitdragende | woordvorm | uitdragen |
| uitdroeg | with-subordinate-clause | uitdragen |
| uitdroegen | with-subordinate-clause | uitdragen |
| uitgedragen | woordvorm | uitdragen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitdragen zijn vastgelegd.