uitcijferen
werkwoordBetekenis
- berekenen, becijferen, calculeren
- een moeilijk te lezen iets proberen te lezen
Vervoeging van uitcijferen
uitcijferenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit bw en cijferen ww
Woordfamilie van uitcijferen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cijfer uit | woordvorm | uitcijferen |
| cijferde uit | woordvorm | uitcijferen |
| cijferden uit | woordvorm | uitcijferen |
| cijfere uit | woordvorm | uitcijferen |
| cijferen uit | woordvorm | uitcijferen |
| cijfert uit | woordvorm | uitcijferen |
| uitcijfer | with-subordinate-clause | uitcijferen |
| uitcijferde | with-subordinate-clause | uitcijferen |
| uitcijferden | with-subordinate-clause | uitcijferen |
| uitcijfere | with-subordinate-clause | uitcijferen |
| uitcijferend | woordvorm | uitcijferen |
| uitcijferende | woordvorm | uitcijferen |
| uitcijfert | with-subordinate-clause | uitcijferen |
| uitgecijferd | woordvorm | uitcijferen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitcijferen zijn vastgelegd.