uitbater
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een winkel of andere gelegendheid draaiende en open houd
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die een winkel of andere gelegendheid draaiende en open houdt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitbaters | meervoud |
| uitbatertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitbatertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van uitbaten met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van uitbater
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitbaters | meervoud | uitbater |
| uitbatertje | verkleinwoord | uitbater |
| uitbatertjes | verkleinwoord meervoud | uitbater |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitbater zijn vastgelegd.