tweespraak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een overleg tussen twee personen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweespraakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tweespraakjes | verkleinwoord, meervoud |
| tweespraken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van twee tw en spraak zn
Woordfamilie van tweespraak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweespraakje | verkleinwoord | tweespraak |
| tweespraakjes | verkleinwoord meervoud | tweespraak |
| tweespraken | meervoud | tweespraak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweespraak zijn vastgelegd.