tweeling
zelfstandig naamwoord ˈtwelɪŋBetekenis
- twee wezens die met zijn tweeën tegelijk in één buik ontwikkeld zijn
Hoe spreek je tweeling uit?
/ˈtwelɪŋ/
Tweeling bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| w | quiz |
| e | veel |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweelingen | meervoud |
| tweelingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tweelingetjes | verkleinwoord, meervoud |
| tweelinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tweelinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘twee in één dracht geboren kinderen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van tweeling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweelingen | meervoud | tweeling |
| tweelingetje | verkleinwoord | tweeling |
| tweelingetjes | verkleinwoord meervoud | tweeling |
| tweelinkje | verkleinwoord | tweeling |
| tweelinkjes | verkleinwoord meervoud | tweeling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweeling zijn vastgelegd.