tweehonderdvijftig
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord ˌtwehɔndərtˈfɛiftəxBetekenis
- '250', het getal tussen tweehonderdnegenenveertig en tweehonderdeenenvijftig, tweehonderd plus vijftig
- dat wat in een (rang)ordening met 250 is aangeduid
- tweehonderdvijftigje: geldbiljet met een waarde van tweehonderdvijftig gulden of andere munteenheid
- groep van 250 eenheden
Hoe spreek je tweehonderdvijftig uit?
/ˌtwehɔndərtˈfɛiftəx/
Tweehonderdvijftig bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| w | quiz |
| e | veel |
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| f | fiets |
| ɛi | trein |
| x | acht |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
hoofdtelwoord
- "250", het getal tussen tweehonderdnegenenveertig en tweehonderdeenenvijftig, tweehonderd plus vijftig
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 11111010 | |
| 250 | |
| CCL | |
| FA |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- zie ook verkleinwoord: tweehonderdvijftigje: geldbiljet met een waarde van tweehonderdvijftig gulden of andere munteenheid
Herkomst
samenstelling van tweehonderd ht en vijftig ht
Woordfamilie van tweehonderdvijftig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweehonderdvijftigjes | meervoud | tweehonderdvijftig |
| tweehonderdvijftigs | meervoud | tweehonderdvijftig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweehonderdvijftig zijn vastgelegd.