tutu
zelfstandig naamwoord ˈtytyBetekenis
- toneelkostuum dat bestaat uit een rok in tule en een nauw aansluitend lijfje, vooral gedragen door ballerina's
- rokje voor danseressen
- hoorn
- dialect: West-Boheems) deze; vrouwelijk enkelvoud van tuten
Hoe spreek je tutu uit?
/ˈtyty/
Tutu bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| y | fuut |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tutu's | meervoud |
| tutuutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tutuutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Frans tutu, in de betekenis van ‘rokje van danseres’ voor het eerst aangetroffen in 1899
Woordfamilie van tutu
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tutu's | meervoud | tutu |
| tutuutje | verkleinwoord | tutu |
| tutuutjes | verkleinwoord meervoud | tutu |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tutu zijn vastgelegd.