Naar de inhoud

tussenkomen

tussenbeide komen, interveniëren

tussenkomen

werkwoord

Betekenis

  1. tussenbeide komen, interveniëren
  2. mede deel gaan nemen in een verhandeling
  3. een tegemoetkoming uitbetalen
  4. Niet te verwarren met ertussen komen.

Vervoeging van tussenkomen

tussenkomenhele werkwoord — kwam tussenverleden tijd enkelvoud — kwamen tussenverleden tijd meervoud — tussengekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kom tussen kwam tussen
jij komt tussen kwaamt tussen
hij, zij, het komt tussen kwam tussen
wij komen tussen kwamen tussen
jullie komen tussen kwamen tussen
zij komen tussen kwamen tussen
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben tussengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent tussengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is tussengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is tussengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kom tussen gebiedende wijs
kwam tussen verleden tijd
te zijn tussengekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tussenkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tussen te komen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tussen te zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tussen zal komen bijzin, toekomende tijd
tussen zou komen bijzin, voorwaardelijk
tussen zouden komen bijzin, voorwaardelijk
tussen zoudt komen bijzin, voorwaardelijk
tussen zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
tussen zullen komen bijzin, toekomende tijd
tussen zult komen bijzin, toekomende tijd
tussengekomen verleden tijd, deelwoord
tussengekomen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tussengekomen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tussenkom bijzin, tegenwoordige tijd
tussenkomend onvoltooid, deelwoord
tussenkomt bijzin, tegenwoordige tijd
tussenkwaamt bijzin, verleden tijd
tussenkwam bijzin, verleden tijd
tussenkwamen bijzin, verleden tijd
waart tussengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren tussengekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren tussengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren tussengekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was tussengekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was tussengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was tussengekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal tussengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tussengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal tussengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal tussenkomen bijzin, toekomende tijd
zijn tussengekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn tussengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn tussengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn tussengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt tussengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou tussengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tussengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tussengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou tussenkomen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) tussenkomen tussen zou(dt) komen bijzin, voorwaardelijk
zouden tussengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden tussengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden tussengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden tussenkomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt tussengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt tussenkomen bijzin, voorwaardelijk
zullen tussengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen tussengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen tussengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tussenkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen tussenkomen bijzin, toekomende tijd
zult tussengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tussenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult tussenkomen bijzin, toekomende tijd
zult/zal tussenkomen tussen zult/zal komen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van tussen en komen

Woordfamilie van tussenkomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kom tussen gebiedende wijs tussenkomen
kome tussen woordvorm tussenkomen
komen tussen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon tussenkomen
komt tussen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tussenkomen
kwam tussen verleden tijd tussenkomen
kwamen tussen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tussenkomen
tussengekomen voltooid deelwoord tussenkomen
tussenkom subordinate-clause, tegenwoordige tijd tussenkomen
tussenkome with-subordinate-clause tussenkomen
tussenkomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd tussenkomen
tussenkwam subordinate-clause, verleden tijd tussenkomen
tussenkwamen subordinate-clause, verleden tijd tussenkomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tussenkomen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tussenkomen

Wat betekent tussenkomen?
Tussenkomen is een werkwoord. Het woord betekent: tussenbeide komen, interveniëren. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je tussenkomen?
Je vervoegt tussenkomen als volgt: het voltooid deelwoord is tussengekomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tussenkomen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. U 4
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. O 1
  9. M 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tussenkomen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. U 2
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. O 1
  9. M 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tussenkomen in het kort

tussenkomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van tussenkomen zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tussenkomen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tussenkomen: tussenbeide komen, interveniëren
Deel tussenkomen — standaardnederlands.nl