tune
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- herkenningsmelodie
- tuin
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tunes | meervoud |
| tunetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tunetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tunen
- gebiedende wijs van tunen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tunen
- aanvoegende wijs van tunen
Vervoeging van tune
tunehele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘herkenningsmelodie’ voor het eerst aangetroffen in 1951
Woordfamilie van tune
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tunes | meervoud | tune |
| tunetje | verkleinwoord | tune |
| tunetjes | verkleinwoord meervoud | tune |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tune zijn vastgelegd.