tuimelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dolfijnsoort met robuust gestroomlijnd lichaam
- zich vanzelf weer oprichtend stuk kinderspeelgoed
zelfstandig naamwoord — masculine
- Tursiops truncatus, dolfijnsoort met robuust gestroomlijnd lichaam
- bepaald type schakelaar
- een onderdeel tussen nokkenas en cilinderklep
- Cybister lateralimarginalis een kever uit de familie waterroofkevers (Dytiscidae)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tuimelaars | meervoud |
| tuimelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tuimelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘walvisachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1588
Woordfamilie van tuimelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tuimelaartje | verkleinwoord | tuimelaar |
| tuimelaartjes | verkleinwoord meervoud | tuimelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuimelaar zijn vastgelegd.