tuchtigen
werkwoordBetekenis
- straffen van een persoon die zich niet aan de geldende regels heeft gehouden met als uitdrukkelijk doel deze persoon op te voeden
Vervoeging van tuchtigen
tuchtigenhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘kastijden’ voor het eerst aangetroffen in 1500
Woordfamilie van tuchtigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getuchtigd | woordvorm | tuchtigen |
| getuchtigde | woordvorm | tuchtigen |
| tuchtigde | woordvorm | tuchtigen |
| tuchtigden | woordvorm | tuchtigen |
| tuchtigend | woordvorm | tuchtigen |
| tuchtigende | woordvorm | tuchtigen |
| tuchtigt | woordvorm | tuchtigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuchtigen zijn vastgelegd.