tuchtrecht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- regels m.b.t. de tucht
- dat deel van het publieke recht dat de overheid de bevoegdheid geeft personen, die tot een bepaalde beroepsgroep behoren (advocaten, notarissen, bankiers en medici) te kunnen straffen ter bevordering van een behoorlijke vervulling van hun taak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tuchtrechten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van tucht en recht
Woordfamilie van tuchtrecht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tuchtrechten | meervoud | tuchtrecht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuchtrecht zijn vastgelegd.