trouwstoet
zelfstandig naamwoord ˈtrɑustutBetekenis
- rij personen of de rij vervoersmiddelen van deze personen die naar een huwelijksplechtigheid gaan of daar vandaan komen
Hoe spreek je trouwstoet uit?
/ˈtrɑustut/
Trouwstoet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɑu | koud |
| s | sok |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trouwstoeten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van trouw en stoet
Woordfamilie van trouwstoet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trouwstoeten | meervoud | trouwstoet |
| trouwstoetje | woordvorm | trouwstoet |
| trouwstoetjes | meervoud | trouwstoet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trouwstoet zijn vastgelegd.