trouwbrief
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de officiele akte waarin staat dat men getrouwd is
- de aankondiging dat men van plan is met elkaar te gaan trouwen
- schriftelijke toestemming dat men met elkaar mag trouwen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trouwbriefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trouwbriefjes | verkleinwoord, meervoud |
| trouwbrieven | meervoud |
Herkomst
samenstelling van trouwen ww en brief zn
Woordfamilie van trouwbrief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trouwbriefje | verkleinwoord | trouwbrief |
| trouwbriefjes | verkleinwoord meervoud | trouwbrief |
| trouwbrieven | meervoud | trouwbrief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trouwbrief zijn vastgelegd.