trofee
zelfstandig naamwoord troˈfeBetekenis
- een voorwerp dat men krijgt na een overwinning
Hoe spreek je trofee uit?
/troˈfe/
Trofee bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| o | boot |
| f | fiets |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- duurzaam voorwerp dat na een overwinning als symbool daarvan aan de winnaar wordt uitgereikt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trofees | meervoud |
| trofeetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trofeetjes | verkleinwoord, meervoud |
| trofeeën | meervoud |
Herkomst
van Frans trophée, in de betekenis van ‘zegeteken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1597
Woordfamilie van trofee
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trofees | meervoud | trofee |
| trofeetje | verkleinwoord | trofee |
| trofeetjes | verkleinwoord meervoud | trofee |
| trofeeën | meervoud | trofee |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trofee zijn vastgelegd.