triomf
zelfstandig naamwoordBetekenis
- feestelijke intocht
- grootse overwinning of prestatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| triomfen | meervoud |
| triomfje | verkleinwoord, enkelvoud |
| triomfjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zegepraal’ voor het eerst aangetroffen in 1509
Woordfamilie van triomf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| triomfen | meervoud | triomf |
| triomfje | verkleinwoord | triomf |
| triomfjes | verkleinwoord meervoud | triomf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van triomf zijn vastgelegd.