trekschuit
zelfstandig naamwoord /'trɛk.sxʌʏt/Betekenis
- vaartuig zonder krachtbron dat door trekpaarden op een jaagpad naast een kanaal werd voortbewogen
Hoe spreek je trekschuit uit?
/ˈtrɛksxʌʏt/
Trekschuit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| x | acht |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trekschuiten | meervoud |
| trekschuitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trekschuitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘door mensen of paarden voortgetrokken vaartuig’ voor het eerst aangetroffen in 1656
Woordfamilie van trekschuit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trekschuiten | meervoud | trekschuit |
| trekschuitje | verkleinwoord | trekschuit |
| trekschuitjes | verkleinwoord meervoud | trekschuit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trekschuit zijn vastgelegd.