trekschakelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- elektrische schakelaar met een koord waaraan men moet trekken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trekschakelaars | meervoud |
| trekschakelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trekschakelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van trek ww en schakelaar
Woordfamilie van trekschakelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trekschakelaars | meervoud | trekschakelaar |
| trekschakelaartje | verkleinwoord | trekschakelaar |
| trekschakelaartjes | verkleinwoord meervoud | trekschakelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trekschakelaar zijn vastgelegd.