transito
zelfstandig naamwoord trɑnˈzitoBetekenis
- uitvoer van ingevoerde goederen
- verplaatsing door een plaats of gebied heen
Hoe spreek je transito uit?
/trɑnˈzito/
Transito bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| z | zon |
| i | riet |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| transito's | meervoud |
Herkomst
van Italiaans transito, in de betekenis "doorvoer van handelswaren" aangetroffen vanaf 1725
Woordfamilie van transito
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| transito's | meervoud | transito |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van transito zijn vastgelegd.