transfer
zelfstandig naamwoord /ˈtrɑnsfər/Betekenis
- overdracht
- de overstap van een sporter van één club naar een andere
- převod
Hoe spreek je transfer uit?
/ˈtrɑnsfər/
Transfer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
| f | fiets |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine, neuter
- handeling waarbij de beschikking over iets van de een naar de ander overgaat
- overgang naar een andere club van een beroepssporter, waarbij het contract met de oude club vervroegd wordt beëindigd volgens daarvoor geldende regels
- vervoer voor gasten van een hotel van en naar een vliegveld
- iets dat wordt gebruikt als middel om iets anders over te brengen
- overmaking van geld over landsgrenzen
- geldstroom van een groot deel van de staat naar een ander groot deel ervan
- bieding in een tussen partners afgesproken kleur om de andere partner te brengen tot een bod in een andere afgesproken kleur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| transfers | meervoud |
| transfertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| transfertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Engels transfer zn , in de betekenis van ‘overdracht’ aangetroffen vanaf 1912
Woordfamilie van transfer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| transfers | meervoud | transfer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van transfer zijn vastgelegd.