torenspits
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het bovenste, scherpe deel van een (kerk)toren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| torenspitsen | meervoud |
| torenspitsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| torenspitsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van toren zn en spits zn
Woordfamilie van torenspits
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| torenspitsen | meervoud | torenspits |
| torenspitsje | verkleinwoord | torenspits |
| torenspitsjes | verkleinwoord meervoud | torenspits |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van torenspits zijn vastgelegd.