tombola
zelfstandig naamwoordBetekenis
- loterij waarbij de prijzen bestaan uit voorwerpen en iedereen wat wint
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tombola's | meervoud |
| tombolaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tombolaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘loterijspel’ voor het eerst aangetroffen in 1856
Woordfamilie van tombola
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tombola's | meervoud | tombola |
| tombolaatje | verkleinwoord | tombola |
| tombolaatjes | verkleinwoord meervoud | tombola |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tombola zijn vastgelegd.