tombe
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bouwwerk dat bedoeld is een dode te huisvesten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tomben | meervoud |
| tombes | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘praalgraf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Woordfamilie van tombe
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tomben | meervoud | tombe |
| tombes | meervoud | tombe |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tombe zijn vastgelegd.