toezien
werkwoord ˈtuzinBetekenis
- gadeslaan, zien gebeuren
- ~ dat: nauwlettend in de gaten houden dat iets gebeurt
- ~ of: nauwlettend in de gaten houden of iets gebeurt
Hoe spreek je toezien uit?
/ˈtuzin/
Toezien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| z | zon |
| i | riet |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van toezien
toezienhele werkwoord — zag toeverleden tijd enkelvoud — zagen toeverleden tijd meervoud — toegezienvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zie toe | zag toe |
| jij | ziet toe | zaagt toe |
| hij, zij, het | ziet toe | zag toe |
| wij | zien toe | zagen toe |
| jullie | zien toe | zagen toe |
| zij | zien toe | zagen toe |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegezien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegezien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegezien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegezien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegezien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegezien | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegezien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegezien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegezien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben toegezien | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toezien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te zien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen zien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal zien | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou zien | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden zien | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt zien | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen zien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen zien | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult zien | bijzin, toekomende tijd |
| toegezien | verleden tijd, deelwoord |
| toegezien te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegezien zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toezaagt | bijzin, verleden tijd |
| toezag | bijzin, verleden tijd |
| toezagen | bijzin, verleden tijd |
| toezie | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toeziend | onvoltooid, deelwoord |
| toeziet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| zag toe | verleden tijd |
| zal toegezien hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegezien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegezien hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toezien | bijzin, toekomende tijd |
| zie toe | gebiedende wijs |
| zou toegezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toezien | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toezien toe zou(dt) zien | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toezien | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toezien | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toegezien hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegezien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegezien hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toezien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toezien | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegezien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult toezien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult toezien | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal toezien toe zult/zal zien | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van toe bw en zien ww
Woordfamilie van toezien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toegezien | voltooid deelwoord | toezien |
| toezag | subordinate-clause, verleden tijd | toezien |
| toezagen | subordinate-clause, verleden tijd | toezien |
| toezie | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toezien |
| toeziet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toezien |
| zag toe | verleden tijd | toezien |
| zagen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toezien |
| zie toe | gebiedende wijs | toezien |
| zien toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toezien |
| ziet toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toezien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toezien zijn vastgelegd.