toetsing
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het toetsen (onderzoeken) naar waarde, juistheid, omvang, strijdigheid met iets anders etc.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toetsingen | meervoud |
| toetsinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toetsinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van toetsen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van toetsing
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toetsingen | meervoud | toetsing |
| toetsinkje | verkleinwoord | toetsing |
| toetsinkjes | verkleinwoord meervoud | toetsing |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toetsing zijn vastgelegd.