Naar de inhoud

toenemen

groter worden in getal of maat

toenemen

werkwoord ˈtunemə(n)

Betekenis

  1. groter worden in getal of maat

Hoe spreek je toenemen uit?

/ˈtunemən/

Toenemen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtunemən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
u boek
n nek
e veel
m maan
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van toenemen

toenemenhele werkwoord — nam toeverleden tijd enkelvoud — namen toeverleden tijd meervoud — toegenomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik neem toe nam toe
jij neemt toe naamt toe
hij, zij, het neemt toe nam toe
wij nemen toe namen toe
jullie nemen toe namen toe
zij nemen toe namen toe
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had toegenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
nam toe verleden tijd
neem toe gebiedende wijs
te hebben toegenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toenemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te nemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal nemen bijzin, toekomende tijd
toe zou nemen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden nemen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt nemen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen nemen bijzin, toekomende tijd
toe zult nemen bijzin, toekomende tijd
toegenomen verleden tijd, deelwoord
toegenomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegenomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toenaamt bijzin, verleden tijd
toenam bijzin, verleden tijd
toenamen bijzin, verleden tijd
toeneem bijzin, tegenwoordige tijd
toeneemt bijzin, tegenwoordige tijd
toenemend onvoltooid, deelwoord
zal toegenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toenemen bijzin, toekomende tijd
zou toegenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toenemen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toenemen toe zou(dt) nemen bijzin, voorwaardelijk
zouden toegenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toenemen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toenemen bijzin, voorwaardelijk
zullen toegenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toenemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toenemen bijzin, toekomende tijd
zult toegenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toenemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult toenemen bijzin, toekomende tijd
zult/zal toenemen toe zult/zal nemen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van toe bw en nemen ww

Woordfamilie van toenemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
naamt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon toenemen
nam toe verleden tijd toenemen
namen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toenemen
neem toe gebiedende wijs toenemen
neemt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toenemen
neme toe woordvorm toenemen
nemen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toenemen
toegenomen voltooid deelwoord toenemen
toenam subordinate-clause, verleden tijd toenemen
toeneem subordinate-clause, tegenwoordige tijd toenemen
toeneemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toenemen
toeneme with-subordinate-clause toenemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toenemen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toenemen

Hoe spreek je toenemen uit?
De uitspraak van toenemen is: /ˈtunemə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent toenemen?
Toenemen is een werkwoord. Het woord betekent: groter worden in getal of maat.
Hoe vervoeg je toenemen?
Je vervoegt toenemen als volgt: het voltooid deelwoord is toegenomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toenemen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toenemen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 zonder bonus
  10. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toenemen in het kort

toenemen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toenemen zijn 47 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toenemen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toenemen: groter worden in getal of maat
Deel toenemen — standaardnederlands.nl