Naar de inhoud

toekomen

recht hebben op

toekomen

werkwoord

Betekenis

  1. recht hebben op
  2. iets aan iemand geven
  3. (België) aankomen

werkwoord

  1. aankomen

Vervoeging van toekomen

toekomenhele werkwoord — kwam toeverleden tijd enkelvoud — kwamen toeverleden tijd meervoud — toegekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kom toe kwam toe
jij komt toe kwaamt toe
hij, zij, het komt toe kwam toe
wij komen toe kwamen toe
jullie komen toe kwamen toe
zij komen toe kwamen toe
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben toegekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is toegekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kom toe gebiedende wijs
kwam toe verleden tijd
te zijn toegekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toekomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te komen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal komen bijzin, toekomende tijd
toe zou komen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden komen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt komen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen komen bijzin, toekomende tijd
toe zult komen bijzin, toekomende tijd
toegekomen verleden tijd, deelwoord
toegekomen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegekomen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toekom bijzin, tegenwoordige tijd
toekomend onvoltooid, deelwoord
toekomt bijzin, tegenwoordige tijd
toekwaamt bijzin, verleden tijd
toekwam bijzin, verleden tijd
toekwamen bijzin, verleden tijd
waart toegekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal toegekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toekomen bijzin, toekomende tijd
zijn toegekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn toegekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toegekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toekomen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toekomen toe zou(dt) komen bijzin, voorwaardelijk
zouden toegekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toekomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toekomen bijzin, voorwaardelijk
zullen toegekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toekomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toekomen bijzin, toekomende tijd
zult toegekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toekomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult toekomen bijzin, toekomende tijd
zult/zal toekomen toe zult/zal komen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van toe en komen

Woordfamilie van toekomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kom toe gebiedende wijs toekomen
kome toe woordvorm toekomen
komen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toekomen
komt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toekomen
kwam toe verleden tijd toekomen
kwamen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toekomen
toegekomen voltooid deelwoord toekomen
toekom subordinate-clause, tegenwoordige tijd toekomen
toekome with-subordinate-clause toekomen
toekomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toekomen
toekwam subordinate-clause, verleden tijd toekomen
toekwamen subordinate-clause, verleden tijd toekomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toekomen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toekomen

Wat is de betekenis van toekomen?
Toekomen is een werkwoord. De betekenis is: recht hebben op. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik toekomen?
Zo vervoeg je toekomen zo: het voltooid deelwoord is toegekomen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toekomen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. K 3
  5. O 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toekomen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. K 3
  5. O 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toekomen in het kort

toekomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van toekomen staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toekomen bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toekomen: recht hebben op
Deel toekomen — standaardnederlands.nl