titan
zelfstandig naamwoord ˈtitɑnBetekenis
- lid van een geslacht van reuzen uit de Griekse mythologie dat de strijd met de goden aanbond, doch verloor
- een van de veruit sterksten of invloedrijksten op een bepaald gebied
- titaan, titanium; scheikundig element met symbool Ti en atoomnummer 22. Het is een grijs overgangsmetaal.
- titanium
Hoe spreek je titan uit?
/ˈtitɑn/
Titan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| i | riet |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| titaantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| titaantjes | verkleinwoord, meervoud |
| titanen | meervoud |
| titans | meervoud |
Herkomst
van Latijn Titan, in de betekenis van ‘reus’ aangetroffen vanaf 1626
Woordfamilie van titan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| titans | meervoud | titan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van titan zijn vastgelegd.