time-out
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onderbreken van een wedstrijd voor overleg, waarbij de speelklok wordt stilgezet
- in de geestelijke gezondheidszorg en pedagogiek een rustperiode waarin de cliënt of de leerling tijdelijk uit het dagelijks leven of de schoolsituatie geplaatst wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| time-outje | verkleinwoord, enkelvoud |
| time-outjes | verkleinwoord, meervoud |
| time-outs | meervoud |
Woordfamilie van time-out
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| time-outje | verkleinwoord | time-out |
| time-outjes | verkleinwoord meervoud | time-out |
| time-outs | meervoud | time-out |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van time-out zijn vastgelegd.