tijdrit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- etappe waarin de renners individueel starten met een vast interval ertussen, en waarbij ze het parcours zo snel mogelijk moeten afleggen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tijdritje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tijdritjes | verkleinwoord, meervoud |
| tijdritten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van tijd en rit
Woordfamilie van tijdrit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tijdritje | verkleinwoord | tijdrit |
| tijdritjes | verkleinwoord meervoud | tijdrit |
| tijdritten | meervoud | tijdrit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tijdrit zijn vastgelegd.