tijdbom
zelfstandig naamwoord ˈtɛidbɔmBetekenis
- bom die door een tijdmechanisme op een bepaalde tijd ontploft
- iets dat op een later tijdstip iets vervelends veroorzaakt
Hoe spreek je tijdbom uit?
/ˈtɛidbɔm/
Tijdbom bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| b | bak |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tijdbommen | meervoud |
| tijdbommetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tijdbommetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tijd en bom
Woordfamilie van tijdbom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tijdbommen | meervoud | tijdbom |
| tijdbommetje | verkleinwoord | tijdbom |
| tijdbommetjes | verkleinwoord meervoud | tijdbom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tijdbom zijn vastgelegd.