tijdblok
zelfstandig naamwoord ˈtɛidblɔkBetekenis
- een tijdseenheid die in een bepaalde situatie wordt gebruikt
- een bepaalde tijdsperiode met een duidelijke begin- en eindtijd
Hoe spreek je tijdblok uit?
/ˈtɛidblɔk/
Tijdblok bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| b | bak |
| l | land |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tijdblokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van tijd zn en blok zn
Woordfamilie van tijdblok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tijdblokken | meervoud | tijdblok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tijdblok zijn vastgelegd.