thuiswerk
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- werk dat men thuis verricht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| thuiswerken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van thuiswerken
Vervoeging van thuiswerk
thuiswerkhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van thuis zn en werk zn