thuiswerkplek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een plek in eigen huis waar men het werk doet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| thuiswerkplekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| thuiswerkplekjes | verkleinwoord, meervoud |
| thuiswerkplekken | meervoud |
Herkomst
Samenstelling van thuiswerk en plek
Woordfamilie van thuiswerkplek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| thuiswerkplekje | verkleinwoord | thuiswerkplek |
| thuiswerkplekjes | verkleinwoord meervoud | thuiswerkplek |
| thuiswerkplekken | meervoud | thuiswerkplek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thuiswerkplek zijn vastgelegd.