theorema
zelfstandig naamwoordBetekenis
- stelling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| theorema's | meervoud |
| theoremaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| theoremaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘uitspraak berustend op andere, eerder geaccepteerde stellingen’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van theorema
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| theorema's | meervoud | theorema |
| theoremaatje | verkleinwoord | theorema |
| theoremaatjes | verkleinwoord meervoud | theorema |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van theorema zijn vastgelegd.