lambrisering
zelfstandig naamwoord ˌlɑmbriˈzerɪŋBetekenis
- houten bekleding van de onderkant van de wand, tegenwoordig meestal tot rugleuninghoogte of lager
Hoe spreek je lambrisering uit?
/ˌlɑmbriˈzerɪŋ/
Lambrisering bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| b | bak |
| r | rood |
| i | riet |
| z | zon |
| e | veel |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lambriseringen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘houten wandbekleding’ voor het eerst aangetroffen in 1786
Woordfamilie van lambrisering
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lambriseringen | meervoud | lambrisering |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lambrisering zijn vastgelegd.