tennisschoen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een hakloze soepele schoen, speciaal om tennis te spelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tennisschoenen | meervoud |
| tennisschoentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tennisschoentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tennis zn en schoen zn
Woordfamilie van tennisschoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tennisschoenen | meervoud | tennisschoen |
| tennisschoentje | verkleinwoord | tennisschoen |
| tennisschoentjes | verkleinwoord meervoud | tennisschoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tennisschoen zijn vastgelegd.