tegemoetkomen
werkwoordBetekenis
- nader tot iemand komen
- iemand een concessie doen
Vervoeging van tegemoetkomen
tegemoetkomenhele werkwoord — kwam tegemoetverleden tijd enkelvoud — kwamen tegemoetverleden tijd meervoud — tegemoetgekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom tegemoet | kwam tegemoet |
| jij | komt tegemoet | kwaamt tegemoet |
| hij, zij, het | komt tegemoet | kwam tegemoet |
| wij | komen tegemoet | kwamen tegemoet |
| jullie | komen tegemoet | kwamen tegemoet |
| zij | komen tegemoet | kwamen tegemoet |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is tegemoetgekomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was tegemoetgekomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd tegemoetgekomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt tegemoetgekomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal tegemoetgekomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal tegemoetgekomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou tegemoetgekomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou tegemoetgekomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben tegemoetgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom tegemoet | gebiedende wijs |
| kwam tegemoet | verleden tijd |
| te hebben tegemoetgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tegemoetkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tegemoet te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| tegemoet te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tegemoet zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| tegemoet zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| tegemoet zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| tegemoet zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| tegemoet zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| tegemoet zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| tegemoet zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| tegemoetgekomen | verleden tijd, deelwoord |
| tegemoetgekomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| tegemoetgekomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| tegemoetgekomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tegemoetgekomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tegemoetgekomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tegemoetgekomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| tegemoetgekomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| tegemoetgekomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| tegemoetgekomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| tegemoetgekomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| tegemoetkom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| tegemoetkomend | onvoltooid, deelwoord |
| tegemoetkomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| tegemoetkwaamt | bijzin, verleden tijd |
| tegemoetkwam | bijzin, verleden tijd |
| tegemoetkwamen | bijzin, verleden tijd |
| waart tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was tegemoetgekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt tegemoetgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal tegemoetgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal tegemoetgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal tegemoetgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal tegemoetgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal tegemoetgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal tegemoetkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt tegemoetgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou tegemoetgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou tegemoetgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou tegemoetgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou tegemoetgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou tegemoetgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou tegemoetgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou tegemoetkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) tegemoetkomen tegemoet zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden tegemoetgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden tegemoetgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden tegemoetgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tegemoetgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden tegemoetgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden tegemoetgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden tegemoetkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt tegemoetgekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tegemoetgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt tegemoetkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen tegemoetgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen tegemoetgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen tegemoetgekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tegemoetgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tegemoetgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen tegemoetgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen tegemoetgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tegemoetkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tegemoetkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen tegemoetkomen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van tegemoet en komen
Woordfamilie van tegemoetkomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kom tegemoet | gebiedende wijs | tegemoetkomen |
| kome tegemoet | woordvorm | tegemoetkomen |
| komen tegemoet | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | tegemoetkomen |
| komt tegemoet | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tegemoetkomen |
| kwam tegemoet | verleden tijd | tegemoetkomen |
| kwamen tegemoet | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tegemoetkomen |
| tegemoetgekomen | voltooid deelwoord | tegemoetkomen |
| tegemoetkom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | tegemoetkomen |
| tegemoetkome | with-subordinate-clause | tegemoetkomen |
| tegemoetkomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | tegemoetkomen |
| tegemoetkwam | subordinate-clause, verleden tijd | tegemoetkomen |
| tegemoetkwamen | subordinate-clause, verleden tijd | tegemoetkomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegemoetkomen zijn vastgelegd.