teelster
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vrouwelijke teler; vrouw die planten teelt voor haar beroep
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| teelsters | meervoud |
| teelstertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| teelstertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afleiding van teler met het achtervoegsel -ster
Woordfamilie van teelster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| teelsters | meervoud | teelster |
| teelstertje | verkleinwoord | teelster |
| teelstertjes | verkleinwoord meervoud | teelster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van teelster zijn vastgelegd.