tater
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- mond waarmee iemand kan spreken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taters | meervoud |
| tatertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tatertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tateren
- gebiedende wijs van tateren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tateren
Vervoeging van tater
taterhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘mond’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1865
Woordfamilie van tater
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taters | meervoud | tater |
| tatertje | verkleinwoord | tater |
| tatertjes | verkleinwoord meervoud | tater |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tater zijn vastgelegd.