Naar de inhoud

tarten

iets doen waarvan men weet dat iemand er erg tegen is

tarten

werkwoord

Betekenis

  1. iets doen waarvan men weet dat iemand er erg tegen is
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

werkwoord

  1. het lot tarten: iets heel gevaarlijks doen figuratively

Vervoeging van tarten

tartenhele werkwoord — tartteverleden tijd enkelvoud — tarttenverleden tijd meervoud — getartvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tart tartte
jij tart tartte
hij, zij, het tart tartte
wij tarten tartten
jullie tarten tartten
zij tarten tartten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben getart voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getart impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getart impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getart impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getart impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getart worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getart zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getart worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getart zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getart verleden tijd, deelwoord
getart te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getart te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getart te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getart te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getart te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getart worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getart zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getart zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getart zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getart zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getart voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getart voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getart voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getart voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getart voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getart actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getart voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getart voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getart voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is getart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getart voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
tart gebiedende wijs
tarte aanvoegende wijs
tartend onvoltooid, deelwoord
tartte verleden tijd
te hebben getart actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tarten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tarten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart getart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getart voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getart voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getart voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getart voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getart enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getart enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getart enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getart enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getart enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getart enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getart enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getart enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getart enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getart enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getart enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getart enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getart enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getart hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getart hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getart hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal getart worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getart worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getart zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getart zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn getart voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getart voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getart hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getart hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getart hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou getart worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getart worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getart worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getart zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getart zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getart zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getart hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getart hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getart hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getart worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getart worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getart worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getart zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getart zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getart zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getart hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getart worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getart zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getart hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getart hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getart hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getart worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen getart worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen getart worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getart zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getart zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getart zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tarten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getart hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getart worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getart zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘prikkelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1550

Woordfamilie van tarten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getart voltooid deelwoord tarten
getarte woordvorm tarten
tart gebiedende wijs tarten
tarte aanvoegende wijs tarten
tartte verleden tijd tarten
tartten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tarten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tarten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tarten

Wat betekent tarten?
Tarten is een werkwoord. Het woord betekent: iets doen waarvan men weet dat iemand er erg tegen is. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je tarten?
Je vervoegt tarten als volgt: de tegenwoordige tijd is tart, de verleden tijd is tartte en het voltooid deelwoord is getart. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tarten is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. A 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tarten levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 39 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. A 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 39 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tarten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

tarten in het kort

tarten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van tarten zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tarten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tarten: iets doen waarvan men weet dat iemand er erg tegen is
Deel tarten — standaardnederlands.nl