tango
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Argentijnse dans
- Argentijnse dansmuziek in tweekwartsmaat
- spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter t
zelfstandig naamwoord — masculine
- Argentijnse dans, verwant aan flamenco
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tango's | meervoud |
| tangootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tangootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘Spaanse of Argentijnse dans’ bekend sinds begin 20e eeuw.
Woordfamilie van tango
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tango's | meervoud | tango |
| tangootje | verkleinwoord | tango |
| tangootjes | verkleinwoord meervoud | tango |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tango zijn vastgelegd.