tandwielkast
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een metalen omhulsel dat tandwielen beschermt tegen de omgeving en zorgt dat de olie niet weglekt.
- tandwielhuis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tandwielkasten | meervoud |
| tandwielkastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tandwielkastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tandwiel en kast
Woordfamilie van tandwielkast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tandwielkasten | meervoud | tandwielkast |
| tandwielkastje | verkleinwoord | tandwielkast |
| tandwielkastjes | verkleinwoord meervoud | tandwielkast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tandwielkast zijn vastgelegd.