tamarinde
zelfstandig naamwoord tamaˈrɪndəBetekenis
- een tropische boom waarvan de vruchten in verschillende producten verwerkt worden
Hoe spreek je tamarinde uit?
/tamaˈrɪndə/
Tamarinde bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| a | maan |
| m | maan |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort tropische boom, Tamarindus indica, waarvan de vruchten in verschillende producten verwerkt worden
- vruchten van de tamarinde Tamarindus indica
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tamarinden | meervoud |
| tamarindes | meervoud |
| tamarindetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tamarindetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘boomsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1596
Woordfamilie van tamarinde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tamarinden | meervoud | tamarinde |
| tamarindes | meervoud | tamarinde |
| tamarindetje | verkleinwoord | tamarinde |
| tamarindetjes | verkleinwoord meervoud | tamarinde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tamarinde zijn vastgelegd.