taille
zelfstandig naamwoord ˈtɑjəBetekenis
- middel, leest
- wijze van snijden van kleding
- het bewerken van stenen ((snijden, slijpen) of planten (snoeien)
Hoe spreek je taille uit?
/ˈtɑjə/
Taille bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- het middelste deel van het lichaam, middel bet. [B]
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tailles | meervoud |
| tailletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tailletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘middel van het lichaam’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1254
Woordfamilie van taille
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tailles | meervoud | taille |
| tailletje | verkleinwoord | taille |
| tailletjes | verkleinwoord meervoud | taille |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taille zijn vastgelegd.